Monday, June 11, 2007

a day late

"Als ik je zou kennen en verliefd op je zou zijn, dan zou ik je op dit moment hevig missen," tikte hij snel met zijn rechterhand in op het toetsenbord van zijn mobiele telefoon. Bijna had hij het tekstbericht ook nog verstuurd, totdat hij zich realiseerde dat hij het bericht wilde versturen aan een vriendin van hem die zeer waarschijnlijk ook zijn nummer nogsteeds ergens ingeprogrammeerd in haar telefoon had zitten. Dat zou natuurlijk alle vormen van mystiek wegnemen en hij besloot dan ook de telefoon weg te leggen.

Hij lag daar al een minuut of tien, op zijn slaapzak, op zijn rug, in zijn tent. Juist was hij nog gewoon tussen de mensen, maar het voelde gewoon niet goed. Hij had niet de zin en de mogelijkheden om zijn zorgen van zich af te laten vallen. "Misschien was dat dit weekend ook wel niet de bedoeling," dacht hij in een vlaag van melancholie. Hij was hier natuurlijk niet voor zichzelf, maar voor het hogere doel. Dat zij maar het plezier maakten, dan bleef hij hier wel liggen.

Hij draaide zich om om zijn ipod te pakken. Hij wist dat dat heel goed bij hem werkte als hij in deze sfeer was: gewoon muziek aanzetten die zijn gevoel versterkte en voor hij het wist zou hij alweer in de volgende emotionele trip zitten. Helaas merkte hij al binnen twee nummers dat de batterij op was, dus stopte hij de ipod terug in zijn tas.

Eigenlijk was hij moe, maar dat durfde hij niet toe te geven. "Niets is zo erg als voor een uur s'nachts te moeten concluderen dat je moe bent" was dan ook zijn motto geworden het afgelopen halfjaar. Normaal gesproken lag hij er pas rond twee uur, half drie in, gewoon omdat hij vond dat je de nacht moest gebruiken. Dat dat inhield dat hij dan dus door de hele ochtend heen sliep, had hij midden in de nacht nooit als een punt ervaren.

Hij staarde in het donker. Van buiten de tent hoorde hij het geluid van mensen die zich goed aan het vermaken waren. Hij vroeg zich af waarom hij hier eigenlijk lag en niet daar buiten was. Hij vroeg zich af waaorm hij hier was. Hij vroeg zich af wat hij had gedaan. Hij vroeg zich af waarom hij dat gedaan had. Hij vroeg zich af waarom hij juist die beslissingen had genomen. Waarom had hij niet, toen het kon, een ander leven genomen? Waarom had hij niet besloten om gewoon door te gaan op de tour waarop hij bezig was? Waarom had hij zo nodig moeten besluiten dat hij zich maar moest bewijzen, te laten zien dat hij echt wel iemand anders was dan iedereen dacht, terwijl hij nog steeds van binnen zich voelde als die persoon? Waarom had hij besloten om zichzelf zo te verandern? Waarom was hij niet gewoon gebleven wie hij was?

Maarja, tegelijkertijd was hij ook wel tevreden over zijn nieuwe ik. Het leek zoveel deuren te kunnen openen, het leek allemaal een stuk eenvoudiger nu. Hij hield eigenlijk ook wel van die nieuwe realiteit. Gewoon doen wat kan, gewoon omdat het kan. Niet meer dan eeuwige gezeik dat alles slecht was, dat je dingen niet moest doen, "omdat dat niet kon". Nee, dat was het niet meer. Het nieuwe milieu was er eentje van "doen, doen doen en als het even kan nog zo snel mogelijk ook". Mooi natuurlijk, want dat schepte mogelijkheden. Die deuren werden wel geopend, ja.

Echt die persoon die hij zichzelf wilde laten bewijzen te zijn was hij alleen nooit geworden. Hij was nu eigenlijk beiden. Enerzijds deed hij zich veel energieker en spontaner voor dan ooit tevoren, maar tegelijkertijd was hij nog terughoudender dan eerst, nog afwachtender en nog meer op zijn hoede voor alles en nog wat.

Die avond had hij niet eens meer gedurfd die dame die hij al een paar jaar kende en hem hiervoor nog gevraagd had of hij langskwam, uberhaupt gedag te zeggen. Niet dat het niet in hem opkwam, dat zeker niet, nee. Hij wist ook dat er vast wel een goed gesprek met haar aan te knopen was en dat ze vast op een of andere manier nog te doen was. Maar hij durfde gewoon niet. Het ontbrak hem aan welke vorm van zelfvertrouwen dan ook. Zelfschaamte. De kans dat het verkeerd zou gaan. De meest irreele situaties die maar mogelijk waren. Daar aan ontbrak het hem zeker niet.

Het was een opeenstapeling van dit soort dingen die hem het hele weekend al achtervolgde. Deels kon hij ook niet doen wat hij wilde doen, gewoon omdat hij daarvoor op de verkeerde plek was. Hij had een voorbeeld te geven. Maargoed, dan nog steeds. Er was geen sprankje spontaniteit meer te bekennen. Hij praatte binnensmonds, had constant een droge mond en kreeg de woorden doodgewoon niet meer fatsoenlijk uit zijn strot. Hij was onhandig bezig. Het lukte hem niet om op welke manier dan ook een fatsoenlijk contact te maken. Er waren alleen maar wat losse opmerkingen die geen echte betekenis hadden.

Het kwam allemaal door die dubbelzinnigheid, concludeerde hij. Het ene willen zijn en daar ook echt voor gaan, maar tegelijkertijd nog steeds enorm veel respect en weemoed hebben voor die andere kant, hoewel hij wist dat hij tegelijkertijd nooit meer zo zou willen zijn. Gewoon omdat hij zich veel te vergroeid voelde, gewoon omdat hij het niet kon om die stijl in de steek te laten, gewoon eigenlijk omdat hij nog steeds die andere kant ook in zich had. Juist die beide volledig verschillende ideeen samen zorgde ervoor dat hij geen kant opkwam. Het idee was er, heviger dan ooit, maar de acties, die kwamen, recht evenredig in aantal en hevigheid, niet meer.

Het leek wel alsof het een rekensom was: positief plus negatief is nul. Alsof er gewoon niets meer was. Hij pakte zijn gsm en wiste het bericht. "Het zou 'm toch niet worden", dacht hij. Hij miste haar nog steeds, hoewel hij haar nog nooit gezien, noch gehoord had.

Hij stond op en stapte uit de tent. De avond was nog niet afgelopen. Er zou niets noemenswaardigs meer gebeuren, maar het zou wel nog een noemenswaardige avond worden. Dat had hij besloten. En dat werd het ook.